U bent hier

Pensioen

Naast een AOW-uitkering ontvangen de meeste werknemers na hun 67ste (per 1 januari 2014 is de pensioenrichtleeftijd 67 jaar) een pensioenuitkering. De drie gangbare methoden om pensioen op te bouwen zijn het eindloonsysteem, het middelloonsysteem en de beschikbare premieregeling.

Eindloonregeling

De hoogte van het pensioen is afhankelijk van het aantal dienstjaren en het salaris dat het laatst verdiend werd. Bij een tweeënveertigjarig dienstverband bedraagt het pensioen doorgaans zeventig procent van het laatstverdiende salaris. Heeft men minder dienstjaren, dan is het pensioen lager. Wanneer iemand start met een salaris van € 20.000 en op 67-jarige leeftijd eindigt met een salaris van € 100.000, dan is het pensioen € 70.000 per jaar. Namelijk zeventig procent van € 100.000. Met 70% wordt hier bedoeld: inclusief de AOW-uitkering welke men gaat ontvangen.

Middelloonregeling

Bij het middelloonstelsel wordt gekeken naar het gemiddelde salaris. De opbouw van het pensioen geschiedt per jaar en salarisstijgingen werken niet terug naar dienstjaren uit het verleden. Bij één (of meerdere) carrièresprongen kan hierdoor een (fors) pensioentekort ontstaan. Wel is in vrijwel alle regelingen het opgebouwde pensioen waardevast. Dit betekent dat indien de jaarlijkse indexeringen ongeveer gelijk zijn aan de inflatie, het pensioen waardevast zal blijven en tijdens de opbouwfase meegroeit. Gezien de recente ontwikkelingen is het de vraag of pensioenfondsen de uitkeringen wel indexeren.

Beschikbare premie

Bij het beschikbare premiestelsel stelt de werkgever jaarlijks een premie voor de werknemer beschikbaar. De werknemer kan dit bedrag naar eigen inzicht beleggen. Bij dit laatste systeem wordt het risico dus afgewenteld op de werknemer. Is er succesvol belegd, dan is het pensioen riant. Vallen de resultaten tegen, dan is het pensioen karig.

Varianten

Een werkgever is vrij om een bepaalde pensioenregeling te kiezen. Daarnaast kan de werkgever binnen een pensioenregeling ook weer kiezen voor allerlei varianten. De ene werkgever rekent bijvoorbeeld het hele salaris tot de pensioengrondslag, terwijl een andere werkgever stelt dat over bijvoorbeeld maximaal € 40.000 pensioen kan worden opgebouwd.

Als een werknemer gedurende zijn loopbaan overstapt naar een andere werkgever, kan een mooie salarisstijging wel eens een flinke pensioentegenvaller opleveren. Ook verschillen in opbouwpercentages en opbouwjaren kunnen een dergelijk effect hebben.

Te weinig pensioen?

Wisseling van werkgever en te weinig dienstjaren kunnen in alle pensioensystemen leiden tot te weinig pensioenopbouw. Bij een echtscheiding heeft de ex-echtgenoot recht op de helft van het tot dan toe opgebouwde oudedagspensioen en vaak op een groot deel van het partnerpensioen. Ook dit leidt dus tot een lagere pensioenuitkering. In onze berekeningen houden we daarom zo veel mogelijk rekening met uw persoonlijke opgaven van pensioenfonds of verzekeraar.

Copyright Pensioeninzicht 2013