U bent hier

Levensloop

De levensloopregeling is in 2006 ingevoerd door de Nederlandse overheid. Werknemers konden met deze regeling sparen voor verlof. Zo kon onbetaald verlof toch gefinancierd worden.

Per 1 januari 2012 werd de levensloopregeling afgeschaft en kwam er een overgangsregeling levensloopregeling. In 2013 zou de vitaliteitsspaarregeling worden ingevoerd. Niet alleen werknemers, maar ook ondernemers konden aan deze regeling deelnemen. Inmiddels heeft het kabinet-Rutte-Asscher besloten de vitaliteitsspaarregeling niet meer in te voeren. Indien het saldo per 31-12-2011 €3.000 of meer bedroeg kan men nog blijven sparen. De reeds verworven levensloopverlofkorting (gedeeltelijk onbelaste uitkering) stopt met verdere opbouw. Men mag wel zelf bepalen waaraan het geld wordt uitgegeven. Nadat men het geld eenmaal heeft opgenomen, is de mogelijkheid van bijstorten vervallen. Het is ook mogelijk tot 1 januari 2022 door te sparen en het tegoed gespreid op te nemen. Als men dan het geld opneemt, gelden de normale regels voor de belastingheffing over het tegoed. Er gelden geen eisen meer voor het bestedingsdoel.

Een belangrijk voordeel van de levensloopregeling heeft te maken met belasting. Deelnemers hoeven tijdens de opbouwfase geen loonbelasting te betalen over het gespaarde levensloopgeld. Zodra de regeling tot uitkering overgaat, wordt er wel loonheffing ingehouden. Werknemers die gebruikmaken van de levensloopregeling profiteren tevens van uitstel van de belastingheffing. Als het gespaarde geld wordt ingezet om eerder met pensioen te gaan valt dit in een lagere belastingschijf en wordt er minder aan de Belastingdienst betaald. Daarnaast is het levensloopgeld vrijgesteld in box 3. Dit houdt in dat er over het tegoed geen vermogensrendementsheffing van 1,2 procent betaald hoeft te worden.

Copyright Pensioeninzicht 2013