U bent hier

AOW

Algemene Ouderdomswet (AOW)

De Algemene Ouderdomswet is, naast het pensioen en de eigen voorzieningen (zoals lijfrentes, kapitaalverzekeringen, spaargeld en beleggingen) een van de pijlers onder het Nederlandse pensioengebouw. De wet is in 1957 ingevoerd om 65-plussers te verzekeren van een basispensioen. Omdat de overheid direct wilde starten met deze AOW, koos zij voor het zogenaamde omslagstelsel; de jaarlijkse uitgaven worden betaald uit de jaarlijkse inkomsten. Het is de vraag of de AOW daardoor betaalbaar blijft. Sterker nog, inmiddels gaat de AOW-leeftijd in stappen omhoog en wordt voor eenieder verschillend. Sinds 1 januari 2015 is de AOW-leeftijd inmiddels met zes maanden omhoog gegaan, van 65 jaar naar 65 jaar en 6 maanden. In de komende jaren gaat de AOW-leeftijd in stapjes omhoog naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2021 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Door de dubbele vergrijzing – de Nederlander wordt steeds ouder en er komen steeds meer oudere Nederlanders – neemt het totaalbedrag aan uitkeringen toe. Daarbij neemt het aantal personen dat werkt af, met als gevolg dat minder mensen meer uitkeringen betalen.

Opbouw AOW

De opbouw van het recht op AOW is als volgt: Men bouwt AOW-rechten op in de 50 jaar voor de AOW-leeftijd als men in Nederland woonachtig is. Voor elk jaar dat men tussen de aanvangsleeftijd verzekering en de AOW-leeftijd niet in Nederland heeft gewoond, wordt de AOW met 2 procent gekort. Mensen die tijdelijk in het buitenland hebben gewerkt of die op latere leeftijd in Nederland zijn komen wonen, missen om die reden een gedeelte van de AOW-opbouw. Het criterium is de periode welke men ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basis Administratie.

AOW-toeslag en AOW-gat

Op het eind van de maand waarin men AOW-gerechtigd wordt start de uitkering. Op dit moment bedraagt de uitkering voor alleenstaanden € 1112,67. Gehuwden en samenwonenden ontvangen per persoon € 759,39 per maand; in totaal dus € 1516,78. De partnertoeslag wordt alleen toegekend als de jongere partner geen of weinig inkomsten heeft en men voor 2015 AOW-gerechtigd was. Personen die in of na 1950 zijn geboren krijgen te maken met het AOW-gat. Bovenstaande bedragen zijn exclusief vakantie-uitkering (€ 71,56 resp. € 51,12 per maand, eenmaal per jaar in mei uit te keren).

Copyright Pensioeninzicht 2013